Langzaam leer ik steeds/nog meer te begrijpen hoe Bloodborne werkt.
En dan bedoel ik niet de controls, want die waren vrij straigh forward. Maar meer het soort spel, het genre.

Toen ik het spel vorig jaar begon te spelen, heb ik de eerste uren alleen maar in het eerste stuk rondgelopen. Ik kwam beetje bij beetje steeds iets verder. Leerde hoe de vijanden te verslaan en ontdekte steeds iets meer.

Beetje bij beetje unlockte ik een shortcut, kon weer iets verder, opende een of andere deur, kon weer iets verder en na vele (vele!) omzwervingen belandde ik uiteindelijk bij een ‘tussenbaas’ (voor de insiders, dit was Father Gascoigne).

Tussendoor ging ik al wel heeel vaak dood. Niet meer te tellen, zo vaak.

Maar nadat ik Father Gascoigne had verslagen, kon ik de stad weer verder verkennen. Ik kwam bij een kerk (tip aan de lezer: onthoudt deze kerk!), ging een deur door, een lange trap af, liep over een plein en kwam terecht in het oude gedeelte van de stad.

Daar aangekomen volgde ik de route over de daken, langs allerlei vuren en vijandige lieden. Uiteindelijk eindigde de route bij een andere hunter – die me meedogenloos in de pan hakte.
En na een paar keer geprobeerd te hebben hem te verslaan, besloot ik om even een andere game te proberen.

Dat was ergens in de eerste helft van vorig jaar. Inmiddels heb ik al veel andere games gespeeld. Maar Bloodborne bleef in m’n achterhoofd zitten. Om een of andere reden had het me gegrepen. Onverwacht, maar ik was helemaal om.

Nu weer terug naar een paar weken geleden. Er kwam steeds meer informatie uit over Dark Souls 3 (Bloodborne is een broertje van de Souls-serie) en zo werd m’n enthousiasme voor Bloodborne weer aangezwengeld.

Dus ik startte Bloodborne weer op. Alleen besloot ik wel om m’n mindset iets te veranderen. In plaats van dat ik na 3-4-5 pogingen de handdoek in de ring gooide, besloot ik om te accepteren dat je vaak (heel heeeel heeeeeel vaak) dood gaat en dat dat bij de ervaring hoort. Zo leer je wat werkt en wat niet. Dus ik besloot om minder op safe te spelen. Doodgaan hoorde er nou eenmaal bij en enge stukjes moest ik maar gewoon onder ogen zien.

En al snel ontdekte ik iets, net voordat je bij de Hunter kwam (waar ik voorheen steeds op stuk liep). Je kon nog een heel andere kant op. Was niet eens verborgen ofzo, maar ik was altijd direct rechts gegaan, terwijl links een heel onbekend (voor mij althans) nieuw stuk was.

Dus ik verkende dat (nieuwe) gebied en kwam na vele omzwervingen terecht bij een nieuwe baas. Na die verslagen te hebben, kon ik ineens niet meer verder. De gevonden baas bleek optioneel te zijn en er was geen weg verder. Ik wist even niet zo goed waar nu naartoe. Ik was er stellig van overtuigd dat ik nu toch overal al geweest was.

Maar toen ik langzaam terug liep, helemaal tot aan de eerder genoemde kerk, ontdekte ik dat er in de kerk nog 2 (!) deuren waren waar ik nog nooit doorheen was gegaan. Sterker nog, ik moest heel goed zoeken om het trappetje naar het oude gedeelte van de stad weer te vinden.

En heel langzaam dringt door waarom dit spel (en z’n voorgangers) zo populair zijn – bij een bepaald soort publiek.
Het is niet zo rechtlijnig als het lijkt. Als je ergens vast loopt, zijn er altijd nog alternatieve wegen of heel andere stukken die je kan spelen. Er valt zoveel te ontdekken en zelfs dan heb je nog niet alles gezien.

Ik ben ervan gaan houden en merk dat m’n houding ook veranderd is. Vroeger gooide ik vaak snel de handdoek in de ring en ging al snel een makkelijker spel doen.
Maar ik merk dat ik een beetje genoeg heb van de makkelijke games en 10282 keer meer plezier haal uit de uitdagingen en vooral de ontdekkingen die ik steeds doe. Het gevoel wat ik de afgelopen paar dagen steeds weer had als ik een nieuwe route ontdekte, is echt fantastisch!

Ik kan me heel goed voorstellen dat dit spel niet voor iedereen weggelegd is. Je moet zeker de juiste mindset hebben, anders raak je alleen maar gefrustreerd en ben je er snel klaar mee. Maar als je eenmaal het soort gameplay omarmt, dan is het echt een enorm rewarding spel.